Inwoning en medehuurderschap
Er bestaat een verschil tussen inwoning en medehuurderschap. Op deze pagina leest u hier meer over.
Wanneer u iemand voor kortere tijd in uw woning wilt laten wonen, dan noemen wij dat ‘inwoning’. Volgens de algemene voorwaarden moet u voor inwoning vooraf schriftelijk toestemming aan SVT vragen. Dit kan met het aanvraagformulier inwoning dat u hier kunt downloaden en uitprinten. U kunt het formulier ook opvragen via telefoonnummer
(0344) 61 52 14. Om uw verzoek in behandeling te kunnen nemen, vragen we u het formulier volledig in te vullen en bij het formulier ook een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de toekomstige inwoner(s) mee te sturen.
Als wij uw verzoek ontvangen hebben, bekijken we of u toestemming krijgt om iemand te laten inwonen. Binnen twee weken ontvangt u van ons bericht over uw verzoek.
Geregistreerde medehuurders hebben (na twee jaar van medehuurderschap) dezelfde rechten en plichten als de hoofdhuurder. Zij zijn mede verantwoordelijk voor het betalen van de huur en bij verhuizing voor het in goede staat opleveren van de woning. Daar staat tegenover dat een medehuurder net zoveel recht heeft om in de woning te wonen als de hoofdhuurder. Wanneer de hoofdhuurder zijn deel van de huurovereenkomst opzegt, wordt de medehuurder automatisch hoofdhuurder.
Huwelijk of geregistreerd partnerschap
Als u getrouwd bent of een geregistreerd partnerschap bent aangegaan, is uw partner automatisch medehuurder.
Thuiswonende kinderen
Inwonende opgroeiende kinderen komen niet voor medehuurderschap in aanmerking. Zij hebben geen duurzame, gemeenschappelijke huishouding met hun ouders. Er is sprake van een aflopende samenlevingssituatie. Immers, de kinderen gaan normaal gesproken na verloop van tijd het huis uit. Als de ouders de woning permanent verlaten of overlijden, dan gaat het huurcontract niet over op het kind.
Overlijden
Bij overlijden van de hoofdhuurder wordt een medehuurder automatisch hoofdhuurder. Zijn er geen wettelijke medehuurders, dan kunnen de erven de huurovereenkomst opzeggen. Wordt de huur niet opgezegd, dan eindigt de huurovereenkomst automatisch twee maanden na het overlijden.
Echtscheiding
Bij een scheiding bepalen de partners in eerste instantie zelf wie er in de woning blijft wonen. Kunnen zij het niet eens worden, dan wijst de kantonrechter de woning toe. De rechter weegt daarbij de belangen van beide partijen af. Een zelfde regeling geldt voor mensen met een geregistreerd partnerschap.
Als ongehuwden uit elkaar gaan, zijn er drie mogelijkheden:
- beide huurders staan vermeld op de huurovereenkomst. Huurders maken onderling of met behulp van de rechter uit wie er in de woning blijft wonen.
- één van de huurders staat op de huurovereenkomst, de andere heeft de status van medehuurder: Huurders maken onderling of met behulp van de rechter uit wie er in de woning blijft wonen.
- één van de huurders staan op de huurovereenkomst, de andere heeft niet de status van medehuurder: degene die op de huurovereenkomst staat, kan in de woning blijven.
Hoe vraagt u medehuurderschap aan?
Het formulier om medehuurderschap aan te vragen, kunt u hier downloaden en uitprinten of opvragen bij onze verhuurmedewerkster via telefoonnummer (0344) 61 52 14.
